• Tine Delannoy

WAAROM IS MOOI NIET GOED GENOEG? Over vrije, proces- en productgerichte beeldende opdrachten.

We zien als leerkracht en ouder graag "mooie" resultaten. Netjes afgewerkte tekeningen en knutselwerkjes die we meteen kunnen uitstallen zijn dan ook ontzettend populair. Zeker in de lagere school zien we vaak leerlingen die elk met een identiek werkje naar huis toe gaan. Is hier dan iets mis mee? Ja en nee.


Ik tracht het in deze blog even uit te leggen aan de hand van de 3 soorten beeldende opdrachten (productgerichte, procesgerichte en vrije opdrachten) en de daarbij horende voor- en nadelen.



Productgerichte opdrachten zijn opdrachten waarbij de resultaten heel erg op elkaar lijken. Productgerichte opdrachten gaan gepaard met directe en expliciete instructies. Meestal heeft de juf iets gemaakt en moeten de leerlingen dit stapsgewijs namaken, bijvoorbeeld stap voor stap een bloem knutselen. De leerlingen leren via dit soort opdrachten motorische en technische vaardigheden. Het gevaar bij dit soort opdrachten schuilt er echter in dat leerlingen gewoon iets nadoen en weinig of geen beroep moeten doen op hun creativiteit. Ze leren bij deze opdracht dan misschien wel een bepaalde techniek, maar een muzische les moet over zoveel meer gaan dan een techniek aanleren.


"Bij de ambachtelijke/ of productgerichte didactiek ontneem je de leerlingen om de wereld zelf te ontdekken en uit te vinden. Keuzes zijn al voor ze gemaakt, oplossingen al bedacht." -Karin Kotte



Vrije (expressie) opdrachten zijn opdrachten waarbij de leerlingen de volledige vrijheid krijgen. Ze mogen zelf alles bepalen en bedenken. De leerlingen kunnen hun fantasie en creativiteit de vrije loop laten. Een eenvoudig voorbeeld hiervan is: "Maak een vrije tekening". De leerlingen kiezen zelf hoe ze gaan tekenen, wat ze gaan tekenen, welke technieken en materialen ze hanteren,... De leerkracht helpt niet of nauwelijks, maar moedigt de leerlingen natuurlijk wel aan. Bij dit soort opdrachten schuilt het gevaar in tweeërlei zaken:


  1. Niet alle leerlingen kunnen deze vrijheid aan. Het beangstigt hen. Ze vrezen ervoor niet creatief genoeg te zijn, geen fantasie te hebben en verliezen zich in alle mogelijkheden.

  2. Gebrek aan kennis kan creativiteit in de weg staan. Hoe beter de leerlingen alle beeldende technieken en materialen kennen en kunnen toepassen, hoe beter ze aan de slag kunnen met vrije opdrachten. Als de leerling een leuk idee heeft, maar niet weet hoe dit praktisch gerealiseerd kan worden, raakt hij/zij natuurlijk niet verder. Daarom kun je procesgerichte opdrachten best geleidelijk aan opbouwen, naar gelang leeftijd, kunde en kennis. Probeer er dus zeker bij stil te staan of je leerlingen oud en ervaren genoeg zijn om een vrije opdracht aan te kunnen.

"Bij de vrije expressie is er vaak zoveel ruimte dat het risico ontstaat dat de kinderen terugvallen op hun veilige referentiekader waardoor de resultaten overwegend clichématig zullen zijn. De ontwikkeling stagneert halverwege de basisschool" -Karin Kotte

Procesgerichte opdrachten zijn opdrachten waarin leerlingen moeten experimenteren en ontdekken om tot een eigen creatief resultaat te komen. Het is een tussenweg tussen vrije expressie en productgericht werken. Leerlingen ontwerpen zelf verschillende ideeën (door experiment, brainstormen, onderzoek,...) of krijgen verschillende mogelijkheden aangeboden. Ze leren reflecteren over de verschillende mogelijkheden en een goed onderbouwde keuze te maken. Dit alles binnen een vast omlijnd kader bepaald door de leerkracht.

Karin Kotte beschrijft procesgericht werken in deze publicatie als: "De wereld wordt intensief waargenomen, verbeeld, onderzocht, en beleefd. Gevoelens, ervaringen en ontdekkingen die daarbij worden opgedaan worden op eigen wijze omgezet in een product, in kennis of in een kunstzinnige uiting."

Een voorbeeld van een procesgerichte opdracht: 'Maak met karton een groot 3-dimensionaal masker waar je hoofd volledig in past. Denk na over de emotie die je wil losmaken bij de toeschouwer. Wil je een eng, grappig, vreemd,... masker? Accentueer bepaalde details (die verwijzen naar bepaalde eigenschappen van een dier) die deze emotie bewerkstelligen.'


Je merkt dat procesgericht werken heel wat voordelen biedt. Dit wil niet zeggen dat er niet af en toe een productgerichte of vrije opdracht kan gegeven worden. Als we tijdens de beeldende lessen zorgen voor een goede balans tussen vrije, proces- en productgerichte opdrachten, is er geen vuiltje aan de lucht. Geven we enkel productgerichte opdrachten of te vrije opdrachten (bij te jonge kinderen) dan is het tijd om even aan de alarmbel te trekken.


Bij voldoende afwisseling van het soort opdrachten zul je merken dat je voor elk type leerling wat wils hebt. Sommige leerlingen vinden productgerichte opdrachten erg fijn omdat ze duidelijk en veilig zijn. Anderen zijn van nature creatiever en vinden het dan weer fantastisch om de vrijheid te krijgen zelf het parcours van hun kunstwerk te bepalen. Astrid Poot maakt een onderscheid in drie verschillende types leerlingen. De kunstenaar, de ontwerper en de ambachtsman/ingenieur. Ze beschrijft dit zeer duidelijk in deze blog:

  • Sommige makers werken vanuit verwondering, voelen zich vrij en zeker om te starten op hun eigen manier. Ze denken als een kunstenaar.

  • Andere makers willen graag een concrete opdracht: een vraagstuk en een een helder proces. Zij denken meer als een ontwerper.

  • Een derde groep wil graag starten met iets heel concreets: bijvoorbeeld het leren van maakvaardigheden als solderen. Zij starten als een ambachtsman/ingenieur.

Deze leuke illustratie van Astrid Poot verduidelijkt mooi deze gedachtengang:


Ook in het DKO, Deeltijds Kunstonderwijs, gaat men de leerlingen evalueren en indelen in 5 groepen. Het zijn als het ware verschillende brillen waarmee er naar de leerlingen wordt gekeken. Elke rol dekt een aantal competenties die concreet worden uitgelicht in de leerdoelen van het DKO. Dit zijn de 5 groepen/rollen:


  • kunstenaar (verbeelding en expressie uitdrukken) Hier ligt de nadruk op het maken, creëren, durven experimenteren, creativiteit, verbeelding en expressie. De leerling leert zich op persoonlijke wijze uitdrukken.

  • vakman (materialen en technieken gebruiken) Bij de rol van vakman ligt de nadruk op ontwikkeling van techniek, het systematisch oefenen, de aandacht voor afwerking, de zorg voor het materiaal, concentratie en het ontwikkelen van vakkennis.

  • performer (zich tonen) In deze rol ligt de nadruk op zich leren verbinden met het publiek, zich tonen aan een publiek via een voorstelling of toonmoment, het publiek proberen te “raken”, zelfvertrouwen ontwikkelen en bouwen aan een eigen repertorium.

  • onderzoeker (nieuwsgierig zijn) Deze rol refereert naar nieuwsgierigheid, ontdekken, uitdagingen, vragen stellen en experimenteren. Horizon verruimen, zelfevaluatie en zelfstandig aan de slag gaan met materiaal.

  • samenspeler (betrokken zijn) In deze rol focussen we op samenwerken, elkaar helpen en respect voor elkaar, samen iets maken, zelf initiatief nemen, feedback geven en krijgen op elkaars werk.


Denk dus bij je opdrachten na of je aan elk soort leerling, elke rol, genoeg aandacht geeft.

Heb je na het lezen van deze blogpost het idee dat je heel wat opdrachten overboord moet gooien? Wacht dan nog maar even!! Met een klein beetje denkwerk (geen paniek, de nadruk ligt op een beetje) kun je elke productgericht of vrije opdracht best eenvoudig 'pimpen' naar een procesgerichte opdracht. In een volgende blogpost geef ik wat tips.


Heb je nog andere vragen of thema's waar je graag een postje over geschreven ziet? Laat het me zeker weten.




MIS GEEN BLOGPOST

Voer je e-mailadres in om een e-mail te ontvangen wanneer er een nieuwe post online staat.

Hey, ik ben Tine! Ik ben leerkracht beeld/ plastische opvoeding, auteur van InBeeld en mama van 2 tieners. Ook geef ik creatieve en kunsteducatieve workshops. Op deze blog vind je tips en ideetjes om creatief aan de slag te gaan met je leerlingen of kinderen. 

  • Pinterest
  • Instagram
  • LinkedIn - Black Circle
  • YouTube